Laatste reis door de duinen

Geplaatst op: 18/04/2018

Stuifduin is in heel wat opzichten uniek. De ligging in een landelijk gebied is om te beginnen al uitzonderlijk. De stad Lommel stelde voor de bouw van het crematorium een perceel naast de stedelijke begraafplaats ter beschikking. De ontwerpers hebben die ligging uitgepuurd als vertrekpunt voor hun concept. Enerzijds zochten ze naar een vervlechting met de openbare parkruimte die de begraafplaats vandaag al is, anderzijds creëerden ze opnieuw het duinenlandschap van weleer. “Restauratie van het landschap was het eerste uitgangspunt in ons concept,” licht Wout Sorgeloos (vennoot a2o) toe. Het landschap speelt altijd een belangrijke rol in de beleving van een gebouw. Het idee van landschapsontwerper Pieter Daenen was om de rijke grond van de maïskakker weg te nemen, die is immers vreemd aan de streek. De rijke aarde heeft hij gebruikt om glooiingen in het landschap te boetseren. Dankzij die glooiingen zijn de wagens op de parking bijvoorbeeld aan het zicht onttrokken. Daarop heeft hij vervolgens de schrale grond uit de wadi’s gespreid om het duinengevoel te herstellen. Streekeigen planten geven het landschap verder vorm. Die planten zijn onder meer geselecteerd op het militair domein in Leopoldsburg. Rond het duinenlandschap voorzag Pieter boskanten. Deze groenranden zorgen voor een mooie overgang tussen de omgeving en het duinenlandschap. Aan de zijde van het kerkhof hebben we her en der bomen en plantmassieven laten verwijderen om twee sites met elkaar te verweven.”

3 rustpunten

Binnen dit landschapsidee ging het bouwteam vervolgens op zoek naar het antwoord op de vraag naar de essentie van een crematorium. Vanuit de vaststelling dat we vandaag opnieuw persoonlijker met de dood omgaan, groeide het concept van een open gebouw. “En net als de overledene een nieuwe reis aanvat, wilden we de achterblijvers als het ware een reis laten maken in het afscheid nemen. Die reis is opgevat als een trage wandeling waarbij we symbolisch tijd creëren om het verlies te verwerken. Die reis begint al op de parking van de begraafplaats. Van daaruit maken de bezoekers een lange wandeling over een verlaagd pad dat in het landschap snijdt. Het brengt de bezoekers als het ware naar een andere wereld. Ook letterlijk want je wandelt van een groene omgeving naar een duinenlandschap,” vertellen Wout Sorgeloos en Bert Lenaerts (Bestuurder-directeur Vanhout). In die omgeving verrijzen enkele lage gebouwen. Ze liggen rond een centrale buitenkamer en zijn onderling met elkaar verbonden door een luifel. “De reis begint in het aulagebouw waar de ceremonie plaats vindt. Het gebouw heeft twee aula’s die tot één geheel samengevoegd kunnen worden. Tegen elke aula ligt een familiekamer met patio aan, waar de familie zich rustig kan terugtrekken tot het begin van de ceremonie. De buitenruimte is afgeschermd met een claustrametselwerk,” vertelt Wout Sorgeloos. Na de ceremonie volgt de naaste familie de kist naar het ovengebouw voor het laatste afscheid. Van daaruit maken ze een laatste lange tocht naar het horecagebouw. In één van de drie ruimtes voor koffietafels kunnen ze nog napraten en bezinnen.

De centrale tussenruimte is meer dan een architecturaal gegeven. Deze plek blijft open en is hier het uitgesneden landschap, maar evengoed de plek waar het landschap tussen het gebouwde sluipt. Ze is bedoeld als een plaats voor rust en beschouwing. Een opvallend gegeven in de ruimte is de spiegelvijver. “Deze spiegelvijver leent zich voor buitenplechtigheden. De kist wordt dan in het watervlak geplaatst en de aanwezigen kunnen de ceremonie volgen vanop de banken in corten staal onder de luifel. Als extra troef wordt hiermee voldaan aan de eisen van de brandweer,” licht Tom Wustenberghs (directeur Pontes) toe.

Doordachte materialisatie

De architectuur van de drie gebouwen is ingetogen. De gekozen materialen laten de gebouwen als het ware opgaan in het landschap. Baksteen, beton, hout en glas zetten de toon in de materiaalkeuze. “Voor de baksteen zochten we een gevelsteen die matcht bij de kleur van de duinen. In onze zoektocht stootten we op een Maasbrand-steen in de veldoven van Wienerberger in Maaseik,” vertelt Bert Lenaerts. In de zoektocht naar een evenwicht tussen rendement en uitstraling bedacht het bouwteam een nieuw metselverband. “We hebben de stenen op hun kant geplaatst, om de paar lagen afgewisseld door een normaal vermetselde laag. Dat geeft de gevels een sterke uitstraling. Voor de claustra van het ovengebouw was de zoektocht nog complexer omdat de wand drie stenen breed is,” vervolgt Wout Sorgeloos.

Een andere constante doorheen het crematorium is het gebruik van beton. Het komt terug in de kolommen en balken van de luifel en in de vloeren. “De kolommen zijn ter plaatse gestort in een streven het aantal voegen te beperken. Ze zijn glad bekist zonder hoeklatten en de uitvoering is van een uitzonderlijk niveau,” geeft Wout Sorgeloos aan. Voor de vloeren bedachten de architecten drie afwerkingsvarianten. Buiten is het betonoppervlak gewaterstraald, in de publiek toegankelijke ruimtes is het beton geslepen en in de dienstruimtes werd de vloer gepolierd.

Vanhout borgde een goede uitvoering met een grondige voorbereiding. “We hebben verschillende projecten bezocht om te begrijpen wat de architect precies verwachtte. Verder zorgden we tijdig voor stalen zodat het bouwteam op basis van deze stalen kon beslissen en legden we gespecialiseerde onderaannemers al vroeg in het traject vast,” vertelt Bert Lenaerts.

Niet alleen het gevelmetselwerk speelt in zijn kleur in op de omgeving. Hetzelfde geldt voor het buitenschrijnwerk en de plafonds. Bert Lenaerts en Wout Sorgeloos lichten toe: “Aanvankelijk wilden we houten plafonds toepassen. Maar omwille van budgettaire redenen moesten we op zoek naar een alternatief. Dat werd steeldeck. Normaal zijn deze metalen platen grijs, maar we hebben gezocht naar een lak in een goudkleur om het plafond af te stemmen op het geheel. Dezelfde kleur hebben we benaderd in het geanodiseerde aluminium schrijnwerk.” De geperforeerde steeldeckplaten leveren een bijdrage in de akoestiek in de ruimtes. Opmerkelijk is ook de verlichting in de vorm van pendelende gloeilampen. Pieter Daenen heeft deze gloeilampen ook verwerkt in het landschap. Ze komen uit de grond en zijn als het ware dwaallichten.”

BIM en LEAN als verbetertools

Het bouwteam werkte al van in de wedstrijdfase in een BIM-model om het ontwerp vorm te geven. Tijdens de uitvoeringsfase zijn ook de onderaannemers mee in dit model gaan samenwerken. “Dat was nodig,” zegt Bert Lenaerts. “In bepaalde delen van het gebouw is de ruwbouw ook de afwerking. Daar konden we geen technieken in het zicht plaatsen. Dat is vooraf allemaal uitgekiend in het BIM-model. Nog tijdens de uitvoeringsfase werd het project LEAN gepland. Alle partijen werkten mee aan de plaksessies en de daily stands aan het begin van iedere werkdag. Dat heeft ons geholpen het project binnen de vooropgestelde planning te realiseren.”


Technische fiche Stuifduin

Opdrachtgever: Pontes - Wilrijk
Ontwerp: a2o – Hasselt
Interieur ontwerp: Simoni architecten – Hasselt
Landschapsontwerp: Buro Landschap - Tongeren
Studies stabiliteit: Macobo Engineering – Tessenderlo
Studies technieken: Boydens Engineering – Dilbeek
EPB-verslaggever: Philippe Leemans
Projectmanagement en veiligheidscoördinatie: Bopro - Mechelen
Vloeroppervlakte: 3.000m²
Start werken: oktober 2016
Einde werken: februari 2018
Investering: 12,2 miljoen euro
Hoofdaannemer: Vanhout - Geel

MEER: LENTE 2018